“Een teken van trots omdat ik de pijn en het verdriet achter me heb kunnen laten.”

Ze is een vrouw die haar mannetje wel staat. Een bètameisje dat vooral de technische kant van haar vak zo boeiend vindt. Als ze het daarover heeft gaan haar ogen stralen. Daarom gaat ze dit jaar weer studeren. Ze wil zich blijven ontwikkelen. Myrjam is technisch oogheelkundig assistent in het ziekenhuis. Lange tijd cijferde ze zichzelf weg in een slecht huwelijk. Maar sinds een paar jaar is ze gelukkig met de liefde van haar leven en is er weer ruimte voor haarzelf.

Myrjam (44 jaar)
Technisch oogheelkundig assistent met een pauwenveer op haar onderarm

oogheelkundig-assistent-met-een-pauwenveer–02

“Ik ben gelukkig met wie ik ben en in de liefde. Ik kan mezelf zijn en doen wat ik wil. Daar ben ik trots op. Dat is helaas niet altijd zo geweest. Mijn ex-man bleek borderline te hebben. We hebben samen twee kinderen, een zoon en een dochter en dus probeerde ik er het beste van te maken. Omdat hij erg fysiek kon worden, hielden we zoveel mogelijk rekening met hem. Meestal ging dat goed. Ik wist precies wat ik wel en niet moest doen of zeggen. Maar toen hij zich uiteindelijk toch een keer tegen mijn kind keerde, wist ik dat het klaar moest zijn. Ik wilde mijn kinderen beschermen en dat gaf me de kracht om eruit te stappen.

Ik had nooit iemand over onze situatie verteld. Daarom geloofde niemand dat het zo erg was. Ik stuitte op veel onbegrip toen ik na vijftien jaar huwelijk besloot om bij hem weg te gaan. “Je hebt een gezin, je zorgt toch voor elkaar?” Alleen mijn vader heeft altijd achter me gestaan. Ook toen ik vrij snel na mijn scheiding Martin leerde kennen. Papa was een man van weinig woorden. Maar hij was oprecht geïnteresseerd en als hij wat zei was het altijd raak. We hadden een hechte band en tussen hem en Martin klikte het meteen ook goed.

Twee jaar geleden is mijn vader plotseling overleden. Hij had al lang erg last van zijn rug. Een tumor zo groot als een tennisbal in zijn longen bleek de oorzaak te zijn. Op een donderdag kregen we te horen dat hij nog maar een paar weken zou hebben. Hij koos ervoor om zich niet intensief te laten behandelen omdat hij zich verder niet ziek voelde. De volgende dag wilde hij alle kleinkinderen zien. ’s Avonds vroeg ik aan hem hoe het nu verder moest. Hij zei: “Dat zien we dan wel.” Op zaterdagochtend is hij niet meer wakker geworden.

De pauwenveer op mijn onderarm heb ik niet lang daarna laten zetten. Ter nagedachtenis aan mijn vader. Maar vooral ook om een turbulente tijd mee af te sluiten. Een teken van trots omdat ik de pijn en het verdriet achter me heb kunnen laten. En dat is ook echt zo. Het contact met mijn ex-man is inmiddels goed. Hij heeft zijn leven ook weer op orde. Martin heeft me voor de dertigste keer ten huwelijk gevraagd en ik heb toch ‘ja’ gezegd. Ik hoefde niet per se te trouwen om onze liefde te bevestigen. Ik weet dat het goed zit omdat ik ook weet hoe het anders kan. Martin zet me op een voetstuk en als dit ons geluk bevestigt, waarom ook niet. Onze kinderen vinden het allemaal leuk. Samen hebben we er zeven tussen de zes en achttien jaar, ik twee en hij vijf.

Eerst bedekte ik mijn tatoeage op het werk altijd. Ik ben technisch oogheelkundig assistent (TOA). Patiënten hebben eerst contact met de TOA bij een bezoek aan de oogarts. Ik noteer belangrijke gegevens, doe oogmetingen, verricht eventueel aanvullende onderzoeken en dien zo nodig druppels toe. Ook assisteer ik bij kleine verrichtingen en laserbehandelingen. In het ziekenhuis stond in het protocol dat zichtbare tatoeages en sieraden niet geoorloofd waren. Daarom droeg ik altijd een dun shirt met lange mouwen onder mijn uniform. Sinds kort is echter het protocol veranderd en mogen we om hygiëneredenen geen lange mouwen meer dragen. Dus is mijn tatoeage gewoon zichtbaar.

“In het ziekenhuis heerst hiërarchie en een bepaald beeld bij professionaliteit.”

Ik ben nog nooit op mijn tatoeage aangesproken. Ja, één keer. Door een patiënt die hem juist heel mooi vond. Ik ben eigenlijk helemaal niet bezig met wat mensen ervan vinden. Hij hoort nu eenmaal bij mij. In het ziekenhuis heerst hiërarchie en een bepaald beeld bij professionaliteit. Een mannelijke collega die exact hetzelfde doet als ik, spreken mensen vaak met ‘dokter’ aan. Als vrouw ben je de ‘zuster’. Een zekere ingetogenheid wordt op prijs gesteld. Een paar jaar geleden had ik mijn haar behoorlijk rood geverfd. Ik kreeg te horen dat het ‘dellerig ’ stond en echt niet kon. Ik heb toen vriendelijk aangegeven dat ik zo’n uitspraak echt niet vond kunnen, maar de volgende dag mijn haar toch in een subtielere kleur geverfd. Dat zou ik nu niet meer doen.”

pump_icon

Hoe zit dat met jou? Herken jij je in Pumps & Plaatjes en wil je je verhaal met ons delen, reageer dan via contact.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *